Deze site maakt gebruik van technische cookies en de cookies welke worden geplaatst door Google Analytics. Het staat u vrij om cookies uit te schakelen middels uw browser. Houdt u er wel rekening mee dat het mogelijk is dat onze website dan niet meer optimaal werkt.

Akkoord

Fabery de Jonge

Fabery de Jonge

“Ik wil niet arrogant zijn, maar het zijn de feiten!” Met een stapel ordners op tafel vol met oude foto’s, advertenties en oude documenten uit de archieven, begint Richard Fabery de Jonge ons te vertellen over het familiebedrijf dat al 185 jaar bestaat. Er was eens…..

In 1834 opende Pieter F. de Jonge, zoon van de kopersmid de Jonge en zijn vrouw Fabery, de eerste winkel in Zeeuwse klederdrachtsieraden in de Lange Kerkstraat op nr. 40. “Ik denk dat van alle klederdrachtsieraden die in omloop zijn in Noord- en Zuid Beveland, 95 procent door Fabery De Jonge zijn gemaakt, gouden en zilveren sieraden, bloedkralen, knopen en gespen, alles vervaardigd door een aantal goudsmeden in het achtergedeelte van de winkel.” Het pand werd snel te klein en na de grote stadsbrand, toen de eerste stenen huizen werden gebouwd, is de familie in 1847 verhuisd naar het huidige pand op nr. 30. Inmiddels werden er naast sieraden ook wekkers en pendules gemaakt, af en toe wat mode en wel eens een ringetje. “Kun je je voorstellen, dat in die tijden koning Lodewijk Napoleon hier nog rond heeft gelopen!”, vertelt Richard lachend.

Een generatie zonen volgde na Pieter: Johannes, Teun, Dirk en Jacobus. Johannes had veel kinderen en ieder kreeg een eigen winkel, één tak ging naar Apeldoorn en één tak zelfs naar Amerika. Het waren toptijden, de winkel in Apeldoorn was de mooiste en op een zeer hoog niveau. Dirk (Richard zijn opa) had graag in Apeldoorn willen blijven, maar Teun was kinderloos en Dirk werd naar Goes gestuurd om Teun op te volgen. Inmiddels maakten ze ook corpuswerk, in volkstaal drink-, serveer - en pronkvaten genoemd. “Een uniek moment was het bezoek van koningin Wilhelmina aan Goes, op 28 januari 1907. Met een goed georganiseerd banket aangekleed met de mooiste kandelaren, servies en bestek, tafelkleden, bloemen en het lekkerste eten door de middenstanders uit Goes, was Wilhelmina diep onder de indruk. Iedereen die had meegewerkt, kreeg dan ook een predikaat Hofleverancier.
Van al die bedrijven die een predikaat kregen zijn er in de tijd van Beatrix nog maar 20 procent overgebleven, die elke 25 jaar helemaal doorgelicht worden en aan strenge eisen moeten voldoen. Nog steeds behalen wij alle eisen om het predikaat van hofleverancier te behouden.”

Omstreeks 1930 liep de verkoop van klederdrachtsieraden terug, maar na de watersnood in 1953 veranderde dat. Veel sieraden waren verloren gegaan en dus weer erg gewild, er werd dan ook veel ingeruild en doorverkocht. Teun en Dirk kochten zoveel mogelijk van de klederdrachtsieraden op, speciaal voor de winkel in Goes. Er was bijna niet meer aan te komen. Daarna volgende een tijd van ander soort sieraden, zakhorloges en ander uurwerk, een tijd van superwelvaart naar de goudcrisis, toen de markt in elkaar stortte. “Toch hebben we altijd een bepaalde stabiliteit in de winkel gehouden, meegaand op de pieken en dalen van de tijd”, zegt Richard, “we doen eigenlijk geen gekke dingen, maar focussen onze aandacht op de winkel”.

Als 6de generatie heeft hij de winkel overgenomen in 1995, na eerst een opleiding te hebben gedaan voor goudsmid, juwelier en horlogier. Het creatieve heeft hij van zijn vader, ontwerpen doet hij dan ook het liefst. “Probeer een stukje gevoel en liefde in een ontwerp te brengen om iets te maken, iets wat mooi blijft”, zegt Richard. Zo verkoopt Fabery de Jonge ook veel Skandinavische merken, daar heeft Richard een voorliefde voor. Dat zijn producten die met passie worden gemaakt. Ook de prijs-kwaliteitverhouding van een product is erg belangrijk , deze moet in balans zijn. “Er is een overvloed aan producten en het gaat snel, er is geen exclusiviteit meer”. Het aanbod in de winkel is dan ook met zorg samengesteld om die exclusiviteit uit te stralen. Naast verkoop, kan men ook producten laten taxeren, herstellen en speciaal laten ontwerpen. Zo heeft Richard 8 januari jongstleden zijn vierde zelf ontworpen ambtsketen mogen overhandigen aan de burgemeester van Reimerswaal. Als enige Fabery de Jonge winkel in Nederland overgebleven, gaat Richard de opvolging niet voorspellen. ”De creativiteit is er in ieder geval”.

Meer foto's, zie het artikel op Facebook

Artikel over de ambtsketen van Reimerswaal: https://www.pzc.nl/…/reimerswaal-heeft-nu-een-vrouwvriende…/

We kunnen het niet laten, nog een paar kleine wist-je datjes:

  • In 1920 is toestemming gevraagd aan de koning om de doopnaam Fabery samen te voegen met de Jonge als één achternaam. Jaren later maakte een rijksambtenaar een foutje en registreerde de officiele familienaam als Faberij de Jonge.
  • Bert Knieriem (1852-1927) was met 75 dienstjaren, de langst werkende goudsmid bij Fabery de Jonge.
  • Richard schonk het eerste wapenbord, uit de verzameling van Fabery de Jonge, aan de Stichting Hofleveraciers. Deze is gerestaureerd en hangt als cultureel erfgoed in één van de ministeries in Den Haag.
  • Op ‘Toondag’ toonden de boeren elke dinsdag in november hun koeien op ‘de Beestenmarkt’, hun vrouwen gingen shoppen. Dit waren dé topdagen in het jaar voor de winkeliers in Goes! De laatste dinsdag stalden de bakkers in hun etalages ‘toonkoeken’ uit, glanzend bruine koebeesten, waar met een opgespoten suiker de namen van de koeien opstonden.